W.I.T.C.H.E.S Constellation

    18/05  | 20:00
    19/05  | 20:00
    20/05  | 20:00

€16 / €13 (-25/65+)
± 1h 30min

Ontmoet de artiesten na de voorstelling op 19/05

Eeuwenlang is de benaming ‘heks’ gebruikt om vrouwen aan te duiden die omwille van hun intelligentie, non-conformisme en onafhankelijkheid als gevaarlijk en ongewenst werden beschouwd. In werkelijkheid ging het om vrouwen die niet alleen geïnspireerd durfden te zijn, maar ook moedig, agressief, nieuwsgierig, seksueel bevrijd, revolutionair. De laatste jaren kent hekserij als denkbeeld een heropleving, voornamelijk binnen het activisme van kunstenaars, feministen, queers en ecologisten. Als reactie tegen onderdrukking streven ze naar een meer ethische en minder individualistische bestaansorde. Dit maakt hekserij vandaag tot een metafoor voor militant anders-zijn. Met W.I.T.C.H.E.S Constellation verbindt choreografe en danseres Latifa Laâbissi deze ideeën met haar eigen praktijk. De avond wordt opgevat als een soort soirée composée waarin verschillende kunstvormen samenkomen: Laâbissi presenteert Witch noises, een stuk geïnspireerd door La danse de la sorcière van Mary Wigman uit 1926, terwijl kunstenaar-performer Paul Maheke zorgt voor een performatieve installatie. Verder maakt ook de workshop met Laâbissi en onderzoeker-curator Anna Colin deel uit van het project. Join the constellation! « Sorcellerie ».

Zie ook
Workshop Alternatives sorcières met publieke presentatie op 20/05 – 18:00

Witch noises
Door & met 
Latifa Laâbissi

Kostuumontwerp 
Nadia Lauro

Belichting 
Yves Godin

Percussies 
Cookie

Geluidsontwerp 
Olivier Renouf

Technische leiding 
Ludovic Rivière

Dank aan 
Mary Anne Santos Newhall


A Familiar Familial Place of Confusion
Concept 
Paul Maheke

In samenwerking met 
Alix Maheke

Met de steun van 
Galerie Sultana, Chisenhale Gallery & Davidoff Arts Initiative


Presentatie 
Kunstenfestivaldesarts, Charleroi danse

Productie 
Figure Project

Coproductie 
Kunstenfestivaldesarts, Charleroi danse – Centre chorégraphique de la Fédération Wallonie-Bruxelles, VIADANSE (Belfort), La Passerelle (Saint-Brieuc), CN D – Pantin, CCN2 (Grenoble), Le Triangle (Rennes), ICI (Montpellier)

Residenties 
Musée de la Danse – CCNRB (Rennes), La Ménagerie de Verre als deel van Studiolab

Met de steun van 
French Institute & de Ambassade van Frankrijk in België, in het kader van EXTRA

Figure Project is een « Compagnie à rayonnement national et international – CERNI », met de steun van het Ministerie van Cultuur - DRAC Bretagne. Figure Project krijgt de steun van Département d’Ille-et-Vilaine, Conseil Régional de Bretagne & de stad Rennes

Back to top

De heksen dans in troebele tijden 
Latifa Laâbissi bewerkt een sleutelwerk van de twintigste-eeuwse choreografie en toont hoe het samenspel van tijd en tijdelijkheid het wezen van dans beïnvloedt.

Het zal altijd mijn stuk zijn. Maar niets zal ooit hetzelfde zijn.  

Laten we specifieker zijn. Het put uit dezelfde bron. Maar de loop die eruit voortvloeit, zal altijd anders zijn. Het is dus beter om te irrigeren. 

De paradox in Witch Noises is des te spannender omdat er een mythe aan ten grondslag ligt, verdubbeld door een raadsel. 

De mythe is die van Hexentanz (De heksendans). Er bestaan twee versies van: een uit 1914 en een meer uitgewerkte versie uit 1926. Het is een solo gedansd door de choreografe Mary Wigman zelf: het vrouwelijk boegbeeld van de moderne Duitse dans tussen de twee wereldoorlogen, een periode die vaak als “expressionistisch” omschreven wordt. 

Het raadsel houdt verband met de beknoptheid van Hexentanz: dat niet langer duurt dan acht minuten. Een dubbele beknoptheid door het enige spoor dat ervan overblijft: een filmpje van een minuut en tweeëndertig seconden. Dat volstaat om de verbazende kracht te vatten en de nieuwsgierigheid te prikkelen. Mary Wigman zei dat het de essentie van haar kunst bevat. De bewegingen overvielen haar alsof ze van ergens anders kwamen, als een “ritmische intoxicatie”. 

Een eeuw later spookt deze dans jarenlang door het werk van Latifa Laâbissi. Binnen het Franse cultuurlandschap werkt deze choreografe en performer met de lichamelijkheid van figuren uit de marge, een brandend actueel thema. Het is niet verwonderlijk dat een hedendaagse kritische lezing gepaard gaat met een blijvende interesse in dergelijk erfgoed. 

De moderne Duitse dans van het interbellum baadt in de Hervorming van het leven beweging. De politiek van het lichaam beweegt kunstenaars tot emancipatorische experimenten. Vandaar de actualiteit en de hernieuwde interesse. Maar er is meer. Het bestaande repertoire opnieuw spelen betekent naar de essentie van het performen gaan. Het is een daad van opperste actualiteit. 

Gaat het bij de heropvoering van repertoirestukken over het reconstrueren van onveranderlijke illusoire vormen? Over het uitlokken van heterogene schokken in de lezing van het verleden die de hedendaagse lezer aanzetten tot creëren? Deze op het eerste gezicht uiterst artistieke spanning zegt veel over de huidige politieke toestand. Over wat we zoeken. De autoriteit van het verleden. Het bevragen ervan.  

In Latifa Laâbissi’s Witch Noises zijn twee grote danssequenties te herkennen. Een onwetende kijker zou kunnen denken dat ze niet veel met elkaar te maken hebben. Maar beide zijn afgeleid van Mary Wigman’s Hexentanz. Het zijn twee interpretatieve invalshoeken, twee radicaal verschillende strategieën die na elkaar opgevoerd worden maar beide afkomstig zijn van dezelfde bedenkster: Latifa Laâbissi. 

Écran somnambule capteert de projecties van spookachtige aanwezigheid. Het materiaal bestaat uit het een minuut en tweeëndertig seconden durende filmpje waarmee de Heksendans zich met de kracht van een mythe destijds in de geesten van velen heeft ingeschreven. Hier zijn de gebaren uitgerekt over een periode van tweeëndertig minuten. Deze radicale interpretatie van het ongewone verzacht de picturale, formele scherpte. 

Een opvallend lichtwerk (van Yves Godin) stimuleert de empathie van de toeschouwer en dompelt hem onder in de spanningsboog van de danseres. Deze handeling is bij uitstek een uitzonderlijke passage achter de spiegel en zorgt voor een direct contact met het innerlijke van het opstandige, zich bewust van de afgrond zijnde lichaam. Het kostuum, met het door plastisch kunstenaar Nadia Lauro ontworpen masker, overstijgt de toenmalige keuzes van Mary Wigman en maakt integraal deel uit van de hedendaagse bewegingsdramaturgie van Latifa Laâbissi. 

Als de tijd hier uitgerokken wordt, is dit tegelijk een tijdelijke bevrijding van de choreografische aanpak. Het is gerelateerd aan de effectiviteit van het ontvouwde gebaar, het staat in relatie met de geschiedenis en de actualiteit. Welke heksenfiguur prikkelde Mary Wigman’s verbeelding en haar begrip van de plaats van de vrouw in de toenmalige Duitse samenleving? Wat betekent dezelfde figuur vandaag, herwerkt door de feministische, ecologische en queer beweging? 

De radicale keuze van Écran somnambule werd ingegeven door de suggestie van een “re-butô”. Het idee komt van choreograaf Boris Charmatz, de directeur van het Musée de la Danse in Rennes. Hij stelde aan verschillende kunstenaars, onder wie Latifa Laâbissi, voor na te denken over wat een reactivering van butô zou kunnen betekenen voor de hedendaagse choreografische praktijk. Dat brengt in herinnering dat de stichter van butô Tatsumi Hijikata zelf zijn kunst beschouwde als een manier om de “tijd te wurgen”. 

In dit verband moet ook rekening gehouden worden met de meest recente analyses waarin gewezen wordt op de grote invloed van Duitse expressiedans op de Japanse kunstenaars die vervolgens butô bedachten. In het naoorlogse Europa, en dan vooral in Frankrijk, dat niets moest weten van het Duitse erfgoed, werd butô een hype. Dit klinkt als een terugkeer waarbij de gebaren veel meer overbrengen aan wat er op het eerste zicht te zien is. Latifa Laâbissi benadert dans dus via het onbewuste. 

De compositie van de tijd is een product van het gedanste gebaar. De parameter tijd is niet meer dan een neutraal en leeg kader dat om vraagt gevuld te worden. Dit is het uitgangspunt van Latifa Laâbissi’s Écran somnambulewaar ze een extreem experiment uitvoert. Nu heet het hele stuk Witch Noises

De muzikant Cookie ontcijferde welke instrumenten gebruikt werden bij het stuk uit 1926 door geluidsarchief te onderzoeken. Zoals bij de films van Murnau, die dezelfde sjamanistische sfeer uitstralen, speelt Cookie cymbaal, basdrum, Chinese gong en xylofoon. Het lijkt op het eerste gezicht op een intermezzo. Dan volgt een tweede dansbeweging die 8 minuten duurt. De duur van Hexentanz uit 1926. 

Laâbissi ontleent de vorm van de Heksendans aan Mary Wigman, althans de versie van een andere choreografe, de Amerikaanse Mary Anne Santos Newhall. Ze is naast choreografe ook danseres en danshistorica en gepassioneerd door de invloed van Mary Wigman in de Verenigde Staten. Haar techniek kende grote navolging onder andere door haar medewerkster Hanya Holm die speciaal door Wigman naar Amerika werd gestuurd. 

Mary Wigman verbood elke opvoering van Hexentanz door iemand anders dan zijzelf. Langs de andere kant gaf ze toelating voor de eductatieve overdracht van dit sleutelwerk voor het begrijpen van haar œuvre. 

Daar profiteerde Mary Anne Santos Newhall via Hanya Holm van. Ze voerde een diepgravend onderzoek via archieven, artikels en diverse documenten. Er ontstond een ietwat academische traditie om het werk zo getrouw mogelijk te reconstrueren. 

Dit materiaal heeft Latifa Laâbissi gebruikt als basis voor een nieuwe interpretatie die Witch Noises voortzet. Het was een duizelingwekkend gebaar om een vervolg te bedenken op de een minuut en drieëntwintig seconden durende film. De Amerikaanse versie steunt op de efficiëntie van het visuele archetype van de heks terwijl Latifa Laâbissi tot dan toe eerder haar vorm van het onbewuste had onderzocht. 

Door historische omkering moet er rekening gehouden worden met het kenmerk van het Duitse moderne erfgoed tegenover de Amerikaanse moderne choreografie waarbij de historische kloof van de dansgeschiedenis niet ophoudt de tegenstelling tussen deze twee esthetische stromingen te onderstrepen. Latifa Laâbissi komt tot de hedendaagse dans in een periode waarin de Amerikaanse formalistische en abstracte dansopvatting heerste. Ze herinnert zich hoe de eerste stappein in de richting van de Duitse dans in die context bijna transgressief leken. 

We zijn nog niet klaar met de lussen van echo’s, omkeringen en herinterpretaties waarbij Latifa Laâbissi de mogelijkheden van de gebaren verlengt. Werkend met vormen van dans die in hun tijd baanbrekend en verontrustend waren, verhindert haar werkwijze een berustende, geruststellende en zachte blik die alleen laat zien wat al geweten is. In tegendeel. Het gaat er net om te testen, af te tasten, en de repercussies van achtervolging en betovering ten volle te activeren. 

Gérard Mayen, Danscriticus  

A familiar familial place of confusion
Paul Maheke stelt in samenwerking met zijn zus Alix en broer Simon een performance voor die dans, video, tekst en geluidscompositie verenigt in de continuïteit van zijn onderzoek naar de notie van het lichaam als archief en de articulatie ervan door herinnering en identiteit. Door de  machtsverhoudingen en beperkingen van het zwarte en queer lichaam in vraag te stellen, verkent zijn voorstel representatievormen waarbij hij visuele referenties gebruikt gaande van Michael Jackson tot de kosmologie van Neder-Congo.

Back to top

Latifa Laâbissi is in 1964 in Grenoble (Frankrijk) geboren en werkt als danseres en choreografe. Sinds het prille begin van haar loopbaan beschouwt ze haar lichaam als een politieke plaats. Haar dans is een bundeling van esthetiek, poëzie en politiek die de in de hedendaagse samenleving heersende machtsverhoudingen bevraagt. Ze toetst haar benadering af aan de identiteit vormende realiteit en aan haar eigen door raciale stereotypen gekenmerkte geschiedenis. In haar stukken en onderzoeksprojecten brengt ze ongeziene representaties van het wilde, burleske, intieme lichaam. Het zijn beelden die tegelijk aantrekken en afstoten. De figuur van de heks, de krijger, de archaïsche vrouw, de tribale naaktheid en het spook zijn incarnaties die de vastgeroeste verwachtingen van de toeschouwer uit balans brengen. De personages uit de stukken van Latifa Laâbissi duiken op uit het onderbewustzijn van onze collectieve verbeelding. Ze tonen de vaak onzichtbare maar toch sterk aanwezige gemarginaliseerde en storende identiteiten en minderheden. De choreografe noemt haar personages “toxische figuren” die de weldoende kracht hebben onze collectieve geschiedenis, de verhalen en de onze kijk erop, kritisch in vraag te stellen.

Anna Colin is curator, professor en onderzoekster. Ze is mede-stichter en medevoorzitter van de Open School East in Margate (Groot-Brittanië), een informele pedagogische en socioculturele instelling voor artistieke ontwikkeling en kennisuitwisseling tussen verschillende lokale en andere artistieke gemeenschappen. Anna is als curator sinds 2014 verbonden aan Lafayette Anticipations – de stichting van de onderneming Galeries Lafayette in Parijs en is doctorandus aan de School of Geography van de Universiteit van Nottingham waar ze trans-historisch en geografisch onderzoek doet naar zogenaamd alternatieve pedagogische en socioculturele instellingen. Anna Colin was in 2015-2016 samen met Lydia Yee curator van de reizende tentoonstelling British Art Show 8 (Leeds, Edinburgh, Norwich en Southampton). Voordien was ze als directeur verbonden aan Bétonsalon – Centrum voor kunst en onderzoek, Parijs (2011-2012), curator aan het Maison populaire, Montreuil (2012) en aan Gasworks, Londen (2007-2010).  

Paul Maheke (geboren in 1985 in Brive-la-Gaillarde, Frankrijk) leeft en werkt in Londen. Hij behaalde een MA in kunstpraktijk aan de École nationale supérieure d’arts van Cergy (2011) en was verbonden aan de Open School East’s Programme of study, Londen (2015). Met een focus op dans en via een gevarieerd en vaak collaboratief werk met performance, installatie, geluid en video, beschouwt Maheke het lichaam als een archief en methode waarmee de manier waarop geheugen en identiteit gevormd worden onderzocht kan worden. Hij had tentoonstellingen in o.a. Parijs, Londen, Berlin, Wenen, Biënnale van Venetië. In 2018 toont Chisenhale Gallery (Londen) zijn eerste grote solopresentatie in een Brits instituut.” 

Geboren in 1967 in Paris, speelt de autodidactisch muzikant Henri Bertrand “Cookie” Lesguillier al sinds zijn kinderjaren drums. Als kind volgde hij gedurende vier jaar klassieke danslessen. Naast zijn muzikale bezigheden studeerde hij vanaf 1986 voor theatertechnicus (podium, licht, geluid) en werkte hij gedurende vijftien jaar als regisseur van verschillende artistieke projecten (muziek, dans, theater). Hij studeerde een jaar aan het Muziekcentrum Didier Lockwood en behaalde het diploma van “professioneel muzikant”. Sinds zijn tienerjaren speelt hij bij verschillende bands. In 1996 ontmoet hij de choreograaf Loïc Touzé en bevraagt de relatie tussen muziek en dans via improvisatie en compositie. Hij ontwikkelt een open geluidsuniversum op drums, gaande van akoestische landschappen tot “noise” muziek. In 2001 neemt hij deel aan het Phasmes project van de choreografe Latifa Laâbissi waar hij live percussie speelt, de componeert de partituur van La danse de la sorcière, Hexentanz van Mary Wigman en Angst van Dore Hoyer. Deze samenwerking wordt verdergezet met het duo Witch Noises (2018). Sinds 2010 neemt hij deel aan verschillende stukken van de choreografe Marlene Monteiro Freitas, als componist en/of performer: Guintche (2010), de marfim e carne – as estátuas também sofrem (2014), Bacantes – Prelúdio para uma Purga (2017).

Back to top