Let us believe in the beginning of the cold season

    11/05  | 20:30
    13/05  | 19:00
    14/05  | 18:00
    15/05  | 20:30
    16/05  | 12:30
    16/05  | 20:30
    17/05  | 20:30

€ 17 / € 13
1h30
EN/NL/Farsi > FR/NL/EN

Sachli Gholamalizad is theatermaker en actrice, geboren in Iran en opgegroeid in België. In haar solo Let us believe in the beginning of the cold season bezingt ze twee voorname Iraanse kunstenaressen: Googoosh en Forough Farrokhzad. Via popmuziek en poëzie gaven hun woorden vorm aan de levens van generaties mannen en vrouwen, onder wie Gholamalizads moeder en grootmoeder. Dankzij de verbeelding van verboden werelden wisten beide vrouwen zich hun lichaam opnieuw toe te eigenen. Gholamalizad verweeft deze erfenis met hedendaagse feministische stemmen tot een gelaagde muzikale performance. Ze onderzoekt wat het betekent om vandaag als vrouw te leven. Gesteund door sterke vrouwen uit verschillende tradities, formuleert ze toekomstige definities van vrouw-zijn, feminisme en liefde.

Spel: Sachli Gholamalizad 
Regie: Sachli Gholamalizad, Maryam Kamal Hedayat
Dramaturgie: Tunde Adefioye, Maryam Kamal Hedayat, Selm Wenselaers 
Muziek & soundscape: Jan De Vroede
Video design: Steven Brys
Video editing: Moj Bahadori
Scenografie: David Konix
Kostuum: Heidi Ehrhart
Choreografie: Gilles Polet
Lichtontwerp: Helmi Demeulemeester
Geluid: Patrick Van Neck
Technische coördinatie: Lieven Symaeys, Steven Brys
Productieleiding: Miek Scheers
Vertaling: Moj Bahadori, Anne Vanderschueren, Trevor Perri, Tineke de Meyer
Boventiteling: Tineke De Meyer
Spreiding en tourmanagement: Saskia Liénard
Assistent dramaturgie: Lindsay Jacobs
Onderzoeksassistenten: Esther Lamberigts, Bo Alfaro Decreton
Residenties: UCLA / Marike Splint, Teatro Español, Jardin Sahél / Fernando Rubio
Met dank aan: Shokat Armon, Zeynab Hamedani Mojarad, Michael De Cock, Eric Reid, Aarich Jespers, Filip Wauters, Eric Thielemans, Peter Dombernowsky, Joe novelli, Nikolaj Heyman, Lisa Gamble, Tim Vandenbergh, Peter Dombernowsky, Charo Calvo, Sebastiaan Van den Branden, Sholeh Wolpé, Prof. Farzaneh Milani, Wouter Hillaert.

Presentatie: Kunstenfestivaldesarts, KVS
Productie: KVS
Coproductie: Perpodium, Theater Rotterdam, Vooruit 
Met de steun van: Kunstenfestivaldesarts, Tax Shelter of the Belgian Federal Government

Back to top

Sachli Gholamalizad

In Sachli Gholamalizads twee voorgaande voorstellingen, A Reason to Talk en (Not) My Paradise, bevraagt ze concepten als grenzen en otherness door haar relatie met haar moeder en later familie en vaderland te ontleden. Het zijn werken die het verleden reconstrueren om tot een nieuw verhaal te komen. Ze geven ons bovendien een inkijk in haar relatie met taal, en meer specifiek de onmogelijkheid om te verbinden via taal. In de eerste voorstelling A Reason to Talk praat de maker met haar toeschouwers via een scherm, een toetsenbord en haar moeder. Ze schermt zich af van het publiek door hen letterlijk de rug toe te keren. In (Not) My Paradise zien we iets meer openheid naar de kijker. Afgeschermd door gordijnen, wanden en installaties, enigszins verscholen achter de getuigenissen die ze naar voren schuift, zien we pogingen om te connecteren via dans, beelden, verhalen en herinneringen. 

Dit proces zet Gholamalizad op zijn kop in het laatste deel van haar trilogie. Nu is ze niet langer een toeschouwer maar de orator en maker. Alle opgedrongen labels en kaders stelt ze in vraag, om ze later van zich af te kunnen werpen. Terwijl de vorige voorstellingen inzoomden op het verleden, put zij nu uit dat verleden om een blueprint te schetsen voor een nieuwe toekomst. Centrale vragen hier: hoe kunnen we ons losma-ken van de door de buitenwereld opgelegde normen en oordelen, en welke hindernissen moeten we daarvoor overwinnen? Boven alles wil Gholamalizad met Let Us Believe in the Beginning of the Cold Season strategieën vinden voor vrouw-wording door narratieven te heroveren en de canon open te breken. Dit proces vormt ook de basis van haar zoektocht om zich als kunstenaar te herpositioneren.

Inspiratie hiervoor zocht en vond ze in gedich-ten van Forough Farrokhzad, in mythes en verhalen, en in muziek, onder andere die van Iraans pop-icoon Googoosh. Ook reisde ze de wereld rond en ging ze in dialoog met de vele sterke vrouwen die haar pad kruisten. Met hen deelt ze o.a. de vraag: wat betekent vrouw-zijn en hoe kunnen we over alle grenzen heen bondgenootschappen vormen? Gholamalizad verweeft autobiografische elementen met universele narratieven en gebruikt ze als instrumenten voor empowerment. Ze creëert een muzikale voorstelling over kracht en weerbarstigheid, en over het overstijgen van vastgeroeste maatschappijbeelden. Waar ze in haar twee vorige voorstellingen de confrontatie aanging met haar moeder, familie en vaderland, richt ze zich nu tot het publiek, zowel in als buiten de theaterzaal. Want daar ligt Gholamalizads focus: de samenleving en haar structuren van onderdrukking. 

De tijdloze verzen van Farrokhzad, universele mythen en de verbindende muziek van Googoosh komen opnieuw tot leven, net zoals de feniks, die zichzelf telkens weer uitvindt door in assen op te gaan en vervolgens weer tot leven te komen.

I will let go of lines of counting numbers too, and from among the limits of geometry, seek refuge
in the soul of infinity. I am naked, naked, naked. Naked as silence between words of love.

Forough Farrokhzad

Maryam K. Hedayat, Selm Wenselaers, Tunde Adefioye,
Dramaturgen

•••

Gesprek met Sachli Gholamalizad

KVS vroeg schrijver en videokunstenaar Maryam K. Hedayat om een interview af te nemen van theatermaker Sachli Gholamalizad. Beide kunstenaars delen heel wat passies, verlangens en een voorliefde voor de Iraanse kunstenaars Forough Farrokhzad en Googoosh. Het stond dan ook in de sterren geschreven dat Hedayat zou meewerken aan de creatie van Gholamalizads derde voorstelling Let us Believe in the Beginning of the Cold Season. Als dramaturg, als klankbord, en hier ook als interviewer.

Waar haalde je de inspiratie voor deze nieuwe voorstelling?

Elk stuk, elk nieuw verhaal ontstaat halverwege het maakproces van het vorige. Dat is logisch, want je zit met heel veel ideeën die je niet kwijt kan in één verhaal. Alles wat je nog wil vertellen, wat je niet verteld krijgt, neem je mee naar een volgende creatie. Het is bovendien ook iets dat me dagelijks bezighoudt: wat is mijn rol in de maatschappij en hoe wordt die rol geïnterpreteerd door de buitenwereld? Sommige mensen wordt wel een podium aangeboden en anderen niet. En als je een rol krijgt, brengt dat soms ook verwachtingen met zich mee. Spelen we dat spel mee en maken we onszelf daardoor monddood, of durven we bepaalde dingen bloot te leggen, met alle gevolgen van dien? Mijn positie in de maatschappij als vrouw, en vooral als vrouw van een andere origine, geeft me de voeding om na te denken over die maatschappij en er kritische voorstellingen over te maken.

Hoe ben je bij de Iraanse kunstenaars Forough Farrokhzad en Googoosh terechtgekomen?

Zij zijn naar mij gekomen. Ik heb ze niet per se opgezocht, maar ze maken wel deel uit van mijn culturele bagage. Het voelt dus heel natuurlijk aan hen in mijn maakproces te betrekken. Het zou zonde zijn als ik de vele referenties uit mijn leefwereld niet zou delen met mijn publiek. Het is hoog tijd om onze zogenaamde canon onder een vergrootglas te houden en bovenal niet te eenzijdig in te vullen.

Wat betekenen die vrouwen voor jou?

Farrokhzad draagt een universaliteit in zich. Haar poëzie zou door iedereen gehoord en gelezen moeten worden. Ze was haar tijd als vrouw, als feminist en als kunstenaar ver vooruit. Zij was één van de voornaamste vernieuwers van de Iraanse poëzie, qua stijl en omwille van de onderwerpen die ze behandelde. Ze weigerde zich neer te leggen bij de opgelegde genderrollen en brak resoluut met de traditie. Hier ligt vaak te veel focus op een zogenaamde ‘westerse canon’, alsof dat iets is dat vastligt. Alsof er geen andere verhalen zijn die het verdienen gecanoniseerd te worden. Als je te veel aandacht besteedt aan één deel van de geschiedenis van de wereld, dan ben je in feite een ander deel aan het uitwissen. Ik wil niet dat die delen uitgewist worden, want het gaat daarbij ook over mijn referentiekaders. Mijn canon is breder en inclusiever dan de traditionele westerse canon. Dat wil zeggen dat er plaats is voor zowel Sylvia Plath als Audre Lorde als Forough Farrokhzad. Het is geen of-of-verhaal, maar een en- en-verhaal. Ik verwijder niemand uit mijn canon, maar voeg enkel toe.

Je hebt veel van je onderzoek in het buitenland verricht, wat zocht je daar?

Ik ben onder andere naar Los Angeles gegaan, omdat het een plek is waar heel wat verschillende culturen samenkomen. Ik wilde onderzoeken hoe die samenleven en ervaren hoe mensen zich daar verhouden tot hun eigen en andere culturen. Het was verfrissend om te ontdekken dat mensen daar hun eigen tradities en cultuur behouden en tegelijk de Amerikaanse cultuur omarmen. Ook daar is het geen of-of-verhaal. Dat missen we hier. Uiteraard valt er heel wat te zeggen over het falen van de American dream, maar tegelijk zijn velen daar opgevoed in een mentaliteit waarin verschillende achtergronden in principe harmonieus zouden kunnen samenleven en een overkoepelende identiteit nastreven. Er lijkt meer openheid te bestaan voor multiculturalisme, wat uiteraard heel utopisch klinkt, maar het is wel voelbaar. De buurten worden bijvoorbeeld minder gelabeld als getto. Hier heb ik het gevoel dat sommige culturen worden weggeveegd uit het centrum en uit de maatschappij. Ze worden als minderwaardig gezien. Cultuur wordt daar bovendien minder gefolkloriseerd of geëxotiseerd zoals dat hier wel gebeurt. Er is een openheid en flexibiliteit naar andere culturen toe die hier minder zichtbaar is. Zowel sociaal als cultureel is het daar veel minder gesegregeerd dan hier. Argentinië was in dat opzicht ook heel interessant. Ik heb er veel gepraat en gedeeld met collega-makers en ontdekte zo hoe zij hun kunst verzoenen met hun strijd tegen verouderde machtssystemen en het status quo. Reizen brengt bepaalde vrijheden en inzichten mee. Door te reizen leer je soms beter je eigen cultuur en identiteit kennen. Je toetst je gedachten en ideeën af aan een nieuwe achtergrond, wat maakt dat je sommige ideeën soms herdefinieert of aanpast aan een andere context. Reizen doet je reflecteren over je eigen gebruiken en gedachten. Je leert dat niets absoluut is en dat definities best naargelang de context bekeken worden. Die denkoefening is zeer belangrijk. Telkens wil ik mezelf uitdagen. Zodra je een definitie lijkt gevonden te hebben, kan die gemakkelijk weer onderuitgehaald worden. Dat maakt mensen nederiger, wereldser, meer open. Er bestaat niet één antwoord op alles. Het is schoon, dat zoeken naar antwoorden, het blijven bouwen, construeren en deconstrueren.

In je voorstelling zit veel muziek verwerkt. Waarom neemt muziek zo een grote ruimte in? Wat betekent het zingen voor je?

Via muziek is het mogelijk om te communiceren over concepten als pijn, verlies, geluk en vreugde met een grote, diverse groep mensen. Muziek kan enorm helend en verbindend werken. Je kunt niet alles vertellen via woorden, en daarom herleid ik niet graag mijn voorstellingen tot enkel tekst. Gevoelens als ontheemding bijvoorbeeld herken ik in muziek en wil ik ook graag zelf uiten en delen via muziek. Er zit een emotionaliteit in die ik via het acteren alleen niet kwijt kan. Ik wil mijn stem op verschillende manieren gebruiken om verschillende emoties te kunnen benaderen. Muziek is ook een manier om minder in je hoofd te leven. Ik wil niet verzanden in ‘het altijd uitleggen’. Ik wil uit de rationaliteit ontsnappen. Er zijn meerdere manieren om verhalen te vertellen. Muziek is een belangrijk deel van mijn wereld, van mijn innerlijke beleving. Het geeft dingen een plek in een andere laag, op een andere frequentie. Het is het toelaten van meerdere lagen om de wereld rondom mij te bevatten en te bevragen. Er is geen ontsnappen aan jezelf of je stem in muziek. Muziek en zang zijn ook universeel. Doorheen de eeuwen moesten vrouwen hun stem opeisen, in alle culturen en werelddelen. Het zijn tools voor empowerment en bevrijding, om los te komen van dominante structuren. Muziek werd historisch in verschillende vormen gebruikt om kritiek te geven op een maatschappij, die maatschappij uit te dagen en tegelijk een grote groep mensen aan te spreken. Vandaag hebben we nood aan nieuwe teksten en nieuwe liedjes die weergeven hoe we ons voelen, en die verschillende werelden in zich dragen zoals wij dat doen. Ik wil mijn stem als een tool voor empowerment gebruiken.

Hoe verhoudt dit derde deel van je trilogie zich tot je vroegere werk?

Een idee, een concept, en dus ook een voorstelling, groeit. Net zoals je als mens groeit, bepaalde processen doormaakt en leert uit je fouten en verleden, zo leer je uit je vorige voorstellingen en probeer je nieuwe voorstellingen te maken die belichamen wie je op dat moment bent, waar je voor staat en waarin je gelooft. Ik wil met deze voorstelling maskers in vraag stellen, en mezelf confronteren met de heersende ideologieën en hoe die mij helpen of tegenwerken in mijn leven. Dat betekent dat ik naast de narratieven die mij omringen, ook mijn groeiproces als speler wil onderzoeken en mijn rol als kunstenaar onder de loep wil nemen. Inzichten die je vandaag hebt, zijn misschien niet de ideeën die je binnen een jaar nog hebt, dus het komt erop aan te durven, elke keer weer, kritisch naar jezelf en je context te kijken. 

Hoe zou je zelf je evolutie als kunstenaar omschrijven? 

Als acteur voel ik na zes jaar nog steeds de noodzaak om mijn eerste voorstelling A Reason to Talk te spelen. Dat stuk transformeert me elke keer, omdat het voor verschillende toeschouwers in verschillende landen een andere waarde en invulling krijgt. Als acteur groei ik door de nieuwe invullingen die ik eraan geef. Het ontstijgt mijn eigen verhaal, wordt een verhaal van iedereen en werkt zo verbindend. Ik heb ook meer vertrouwen in mezelf en ben minder bang om vanuit mijn eigen perspectief te praten. Ik voel dat ik minder te verliezen heb. Daarmee bedoel ik dat ik niet per se iets hoef te betekenen voor eender wie. Ik voel me bevrijd van de nood om geliefd te willen zijn. Door die nood los te laten, ontstaat er ruimte om te kiezen wie je rondom je wil, met welke soort mensen en denkbeelden je jezelf wil voeden. Er ontstaat ruimte om te groeien, jezelf te accepteren. Dat betekent ook dat ik niet meer wil pleasen. Dat zal zich ook uiten in mijn volgende voorstellingen. Ik leer uit mijn ervaringen en creaties en dat geeft me het vertrouwen dat ik nodig heb naar de toekomst toe.

Welke boodschap wil je kwijt met deze voorstelling? Wat wil je dat er bij de mensen blijft hangen?

Ik kan alleen maar hopen begrepen te worden. Hoewel we als mens elkaar nooit volledig zullen begrijpen wegens de ontoereikendheid van taal. Maar als het me lukt mensen mee te krijgen in mijn denkwereld, zal ik heel dankbaar zijn. Als het stuk mensen aanzet om na te denken, te praten, dingen in vraag te stellen, kunnen we samen groeien en vooruitgaan. Belangrijk is dat we elkaar blijven inspireren en voeden, ook al kijken we anders naar het leven. Ik wil niemand dwingen om van mening te veranderen, ik ben niet geïnteresseerd in propaganda. Als mensen klaar zijn om te luisteren naar mijn verhalen en te kijken naar de dingen die ik aan hen wil tonen, zal ik tevreden zijn. Ik wil dan ook geen fakeness meer. Ik wil waarachtig leven en die waarachtigheid verwacht ik ook van mijn publiek. De tijden waarin we leven, vragen dat we voorbijgaan aan oppervlakkigheden en maskers en dat we elkaar echt leren kennen als de complexe wezens die we zijn.

Wanneer is de voorstelling voor jou geslaagd? 

Het maakproces van deze voorstelling is minstens even belangrijk als het resultaat. Het team waarmee ik heb samengewerkt heeft mij enorm verrijkt en we hebben elkaar goed kunnen aanvullen. Het is zeer vruchtbaar om met mensen samen te werken die enerzijds op dezelfde lijn zitten, maar anderzijds een uniek en ander perspectief kunnen aanbrengen. Op dat punt is de voorstelling alvast geslaagd. Wat voor mij telt, is dat mijn publiek uit het stuk troost en herkenning kan putten en er inzichten kan uithalen. Ik wil meer doen dan communiceren met mijn publiek; ik wil een verbintenis aangaan. Ik wil hen én mezelf een spiegel voorhouden, een veilige plek creëren waarin we samen tot inzichten kunnen komen. Ik wil mezelf blijven in vraag stellen en durven onzeker en nederig te zijn. Nederigheid betekent niet jezelf klein houden of je mond houden. Nederigheid betekent de moed hebben om te spreken, omdat je wil bijdragen aan de samenleving. Zwijgen is vaak laf of zelfs narcistisch. Mensen durven zichzelf vaak niet op te offeren uit schrik om bekritiseerd te worden. Daar wil ik aan voorbijgaan door verhalen te vertellen die niet verteld worden, en daardoor vaak niet lijken te bestaan. Door te vertellen geef ik niet alleen mezelf bestaansrecht, maar probeer ik anderen die niet het privilege hebben gehoord te worden, hoorbaar te maken. Ook dat betekent nederigheid voor mij.

Interview door Maryam K. Hedayat

Back to top

Sachli Gholamalizad (°1982) is theatermaker en acteur actief in film en televisie. Ze studeerde theater aan het RITCS in Brussel en volgde acteerlessen bij Jack Waltzer in Parijs. In 2013 maakte ze haar eerste stuk, A reason to talk, het eerste deel van een trilogie. De productie won verschillende prijzen (Fringe First 2015, Circuit X, Roel Verniers, Shortlist Amnesty International, ...), toerde op verschillende plekken en werd enthousiast onthaald. In 2016 creëerde ze haar tweede stuk (Not) My Paradise. Ze is een van de KVS-gezichten en voor de komende jaren kunstenaar in residentie van de Vooruit in Gent. In mei 2019 brengt ze haar derde solovoorstelling Let Us Believe in the Beginning of the Cold Season. Sachli Gholamalizad is ook regelmatig op het grote scherm te zien. Naast een rol in Brian De Palma’s nieuwe film Domino (2019), en in Mijke De Jong’s Layla M (2016), nam ze ook rollen in (inter)nationale series voor haar rekening. Ze toert internationaal met theaterstukken. De voorbije jaren kon je haar onder meer aan het werk zien in Toronto (Canada), Buenos Aires (FIBA), Barcelona (GREC Festival) en het Fringe Festival in Edingburgh. Naast haar theater- en filmwerk schrijft ze ook een column voor Mo* Magazine.

Faegheh Atashin (geboren op 5 mei 1950) of Googoosh is een Iraanse popdiva, actrice en icoon die, zoals veel Iraniërs zeggen, “opgroeide voor onze ogen terwijl we zelf opgroeiden”. Op zeer jonge leeftijd al stond Googoosh op de planken. Tijdens de jaren ‘50 en ‘60 was ze de “sweetheart” van de Iraanse bevolking. Na de revolutie van 1979, toen er een verbod kwam op vrouwelijke zangeressen, besloot Googoosh om toch in Iran te blijven en te stoppen met zingen. Pas vele jaren later, omstreeks 2000, begon ze opnieuw te toeren, in het buitenland weliswaar. Sindsdien zorgt Googoosh in de hele wereld voor uitverkochte zalen. De allure van Googoosh beperkt zich niet enkel tot haar identiteit als popicoon en diva. Ze is een rolmodel voor vele vrouwen in en buiten Iran. Sinds de revolutie heeft ze een prominente plek ingenomen als de herbergier van nostalgie. Iraniërs luisteren graag naar haar, niet alleen omwille van haar doordringende stem en krachtige melodieën maar ook omdat ze hen terugbrengt naar het Iran uit hun kindertijd. Jonge Iraniërs vandaag vervoert ze naar het Iran van hun ouders. Voor een overgrote meerderheid van Iraniërs zal Googoosh altijd “de grootste” zijn. Voor hen zal ze uniek blijven, een fenomeen dat zich maar één keer voordoet, once in a lifetime. 

De koude wintermaanden zijn de momenten waarop we het meest leren over wie we zijn en wie we geworden zijn. Tenminste als we de luxe en het voorrecht hebben om achterwaarts te kijken. De Iraanse poëet en filmmaker Forough Farrokzhad (°1934), schrijfster van het gedicht Let Us Believe in the Beginning of the Cold Season, had dat voorrecht niet. Ze stierf op 13 februari 1967 op 32-jarige leeftijd na een auto-ongeluk. Wat we weten uit haar gedichten is dat ze vele koude seizoenen heeft meegemaakt. Tegelijkertijd heeft haar progressieve leven en feministische bestaan bij heel wat mensen voor heel wat warmte gezorgd. Ze was haar tijd ver vooruit en schreef zonder taboes over haar ervaringen, terwijl critici niet klaar waren om die nieuwe stijl te omarmen. Door haar woorden, haar reizen, haar films, werpt ze niet alleen licht op wat het “zou moeten/kunnen” betekenen om te leven als vrouw die haar vrouw-zijn ten volle beleeft, tegelijkertijd vestigt ze ook de aandacht op de sociale kwalen van anderen. Voordat Amerikaanse mensenrechtenadvocate Kimberlé Crenshaw de term intersectionaliteit bedacht, leefde Farrokzhad al op verschillende kruispunten. Ze navigeerde langs meerdere assen terwijl ze pijnlijk aantoonde hoe verschillende vormen van overheersing mensen, en in het bijzonder vrouwen, onderdrukten. Als vrouw daagde ze moedig de samenleving uit. Haar privéleven en het publieke leven verstrengelde ze met elkaar in de gedichten die ze publiceerde over haar persoonlijke beleving van seksualiteit. Ze zijn met velen, de mensen die ze geïnspireerd heeft. Lang na haar dood blijft Farrokhzad nog steeds paden verlichten voor nieuwe generaties.

Back to top